zondag 12 juli 2009

Leven op Wolkjes

Absolute elsewhere in the stones of your mind,
... projecting our images in space and in time


verzen ontleend aan John Lennon's - Mind Games

De opvatting dat het internet zou kunnen uitgroeien tot een superbrein is geen exclusief idee van Google, maar maakte algemeen opgang bij de academici en dilettanten die midden jaren negentig van de vorige eeuw een aansluiting of toegang tot internet hadden. De mening leefde dat wanneer iedere deelnemer aan het internet er zijn bewustzijnsinhouden zou uitstorten en met principes van nabijheid, gelijkheid en herkenbaarheid zou koppelen aan andere sites en pagina's, het internet een digitaal brein zou worden met een netwerk van een veeltalligheid van aan elkaar verbonden neuronen.
In het artikel "Virtuele Vrienden" over sociale netwerken online, dat verscheen in PC-Active 213 van april 2008, wordt deze begintijd nog tot leven geroepen waar er sprake is van Geocities en Webring. Geocities was een gratis initiatief waar iedereen met een beetje kennis van html zelf een aantal pagina's online kon zetten. Het formaat van de pagina's was vrij en de webpagina of homepage diende in een bepaalde categorie ondergebracht te worden zoals "technisch", "film", "muziek" of "reizen". Het concept sloeg aan bij de gebruikers die zich organiseerden in "webrings": een soort ondergronds reclamenetwerk zonder commerciële bedoelingen waarbij soortgelijke sites naar elkaar verwezen aan de hand van banners. De onderwerpen varieerden van Anarchisme over Wicca tot Pamela Anderson en Star Trek. Daarbij werd handig gebruik gemaakt van het intern mechanisme van de zoekmachines van internet dat de relevantie van een pagina stijgt naarmate er meer webkoppelingen naar verwijzen en waardoor het aantal bezoekers stijgt.
Inmiddels heeft Yahoo, dat Geocities had overgenomen, aangekondigd dat zij de dienst Geocities zal stopzetten vanaf oktober 2009 en nodigt Webring de mensen die nog een homepagina onderhouden op Geocities uit te migreren naar de door Webring opgestarte hosting service.
De coöperatieve mentaliteit van de pioniers heeft de plaats moeten ruimen voor het consumentisme van de kolonisten die in massa's zijn beginnen toestromen en zichzelf niet meer zien als participanten die zelf deelnemen en bijdragen aan het internet, maar als gebruikers die dat internet beschouwen als een immens reservoir aan menselijke kennis en aandacht waar men vrij uit kan putten ter persoonlijke lering en verrijking, dan wel om marketing-technische redenen en waarnaar men dan verwijst als de wolk. Niet langer de vraag hoe werkt deze nieuwe vinding en hoe kunnen we haar verder ontwikkelen zodat ze aangenaam en comfortabel aan te wenden is houdt deze nieuwlichters bezig, maar wel de vraag hoe kunnen we deze nieuwe vinding zo efficient mogelijk exploiteren zodanig dat ze ook wat opbrengt. Vanuit de imperialistische visie is de wolk dan ook hierarchisch geordend waarbij een operator als Google als voornaamste exploitant als een spin in het centrum van het wereldwijde web wordt gezien. Daarbij vergeet men de oorspronkelijke idee van kringwerking van onafhankelijke computerssytemen die door zich met elkaar te verbinden het internet uitmaken.
Coöperatie en competitie zijn niet met elkaar te rijmen. Zo zal een hobbyist die een fanpagina van Pamela Anderson onderhoudt misschien met plezier webkoppelingen aanleggen naar andere liefhebbers die een dergelijke pagina onderhouden. Maar je kan moeilijk gaan verwachten dat een garagehouder op zijn website een pagina gaat onderhouden met weblinks naar sites van andere merk- en depothouders in dezelfde stad. Allicht zal hij proberen de aandacht die hij verkrijgt van mogelijke cliëntele eerder aan zich te binden dan door te verwijzen. Ook tal van academische websites van universiteiten en hogescholen hebben hun verspreiding van vrije tractaten ingekort of volledig stopgezet en geven op hun website enkel nog de lesroosters en inschrijvingsvoorwaarden.
Momenteel vervult het internet een vijftal functies. Naast de oorspronkelijke opvatting van het internet als een onbeperkt kennisreservoir in de zin van een online encyclopedie en vrije bibliotheek leeft thans de idee dat internet nog gebruikt kan worden voor volgende toepassingen;
Het internet als openbare marktplaats waarbij alle soorten van marketing aan bod komen gaande van marktonderzoek en informatieverzameling over business to business en business to consumer modellen tot internetveilingen en advertentiesites voor transacties tussen particulieren onderling. Daarbij bestaan er onverenigbaarheden en conflicten tussen de noties privacy, vrije en openbare informatie. Merk verder op dat postorderbedrijven reeds zeer lang bestaan, maar toch nooit meer dan een marginaal marktaandeel wisten te verwerven.
Het internet als een directory voor personen en plaatsen, waarbij het de rol vervult van de witte en gele telefoongidsen. Dit niet alleen doordat men deze telefoongidsen online kan raadplegen, maar ook doordat men met een zoekopdracht op de naam van iemand terecht kan komen op diens profielpagina waar een telefoonnummer of andere informatie te vinden is. Soms treft men een vermelding van een naam op de website van een firma waar iemand werkzaam is of treft men de naam aan in lijsten van competitie-uitslagen van een sportbeoefening, soms vindt men geen spoor. Ik herinner me nog ergens een speelfilm met Whoopi Goldberg waar zij zorgvuldig een persoonlijk profiel op internet voorbereidt met het oog op latere tracering in de wereld van de beursmakelarij. Ook vragen in de zin van welke hotels bevinden zich in de nabijheid van deze of gene vakantiebestemming of welke hondenkennels bevinden zich in de nabijheid van mijn woonplaats kunnen een bevredigend antwoord krijgen, denk daarbij maar aan toepassingen als Google Maps of soortgelijke diensten.
Het internet als sociale ontmoetingsplaats is een functie die reeds in het begin waarneembaar was in toepassingen als de usenet newsgroups waarin mensen berichten uitwisselden rond een bepaald thema op grond van een gedeelde interesse. Deze functie lijkt thans overgenomen door de wijdverspreide webforums en blogs.
De zgn. sociale software is te beschouwen als een moderne, digitale versie van het poëzie-album of het "College Year Book". Hier wordt geen blijk meer gegeven van een intellectuele verbondenheid op basis van cognitief gedeelde interesses, maar eerder van een emotionele verbondenheid op basis van gedeelde ervaringen. Deze sociale websites bieden de mogelijkheid een persoonlijk profiel aan te maken en deze te koppelen aan de profielen van andere gebruikers, waarbij het oorspronkelijk de bedoeling is koppelingen aan te leggen naar familieleden, schoolkameraden, uitgaansvrienden en werkmakkers.
De sociale website wordt daarbij een virtueel verlengstuk van het persoonlijke sociale netwerk en biedt de mogelijkheid te zien wie er een bezoek heeft gebracht aan de eigen pagina, dan wel een kleine attente boodschap of een gedichtje achterliet in het gastenboek. En andere mogelijkheid is het ter beschikking stellen van foto's in foto-albums. Karakteristiek vindt men hier vaak foto's terug van uitgaande jongeren op digitale foto's van een discotheek of dancing. Momenteel lijken deze sociale websites hun doel voorbij te schieten en ontstaat er ook hier een competitie om zoveel mogelijk koppelingen naar vrienden te verzamelen, zelfs met personen waarmee slechts een opppervlakkig virtueel contact of zelfs helemaal geen contact bestaat.
Ook de chatprogramma's allerhande zoals irc, icq en msn bieden de mogelijkheid tot virtuele ontmoetingen met zowel bekenden als onbekenden. Vaak verschuilt men zich, mogelijks uit reserves en wantrouwen, achter een schuilnaam. Ook versierpogingen en hofmakerijen komen in deze toepassingen voor.
Het internet als media entertainment is de vijfde functie die ik wens te bespreken. Het gebruik van audio-visuele middelen zoals foto's, muziekopnames en videoclips op internet heeft een hoge vlucht genomen.Tevens is er zich een duidelijke synergie en symbiose gaan ontwikkelen tussen het internet en andere traditionele media zoals de dagbladen en tijdschriften, de muziekwereld en de speelfilm. Er is tevens de opkomst van het nieuwe medium van computerspelen. Bij deze vijfde functie van het internet zoekt de gebruiker enkel zich te verstrooien of te ontspannen door bvb. te grasduinen in de actualiteit op websites van televisiejournaals en dagbladen, online een rockconcert bij te wonen of op YouTube clips te bekijken van de favoriete popvedette, op legitieme en reguliere wijze een speelfilm te downloaden en bekijken van een video-on-demand of pay-per-view systeem, dan wel zich vertrouwen op de solidariteit tussen gebruikers en van de speelfilm een piratencopie voor persoonlijk gebruik binnenhalen van peer-to-peer netwerken of bit-torrent websites. Ook het online in een netwerk spelen van een computergame behoort tot de mogelijkheden, net zoals het wagen van een gokje op een site voor online weddenschappen of casinospelen. Ook zijn er netwerken om klassieke bordspelen zoals schaken of backgammon in competieverband te spelen.



Zoals reeds aangestipt gaan andere media thans een synergie en symbiose aan met het internet, zonder er volledig in op te gaan. We zouden dan ook kunnen zeggen dat de wolk het geheel van mediale activiteiten is die de cultuuroverdracht en cultuurverandering in onze samenleving daarstelt en waarnaar in het werk van de franse denker Michel Foucault verwezen wordt als het "discours". Daarbij is het internet slechts een onderdeel en omvat (nog niet) het hele discours.
Het behoort tot het domein van de epistemologie of kennisleer om te onderzoeken hoe de mens waarneemt en via zijn waarnemingen tot kennis komt en na te gaan welke methodologie hij hanteert om zijn waarnemingen te toetsen aan en te ordenen in een paradigma dan wel een hypothese dat kan opgebouwd zijn in a priori aanwezige en kenbare natuurwetten dan wel a posteriori op grond van waarneming opgebouwde theoriën. Eén van de grote basispremissen daarbij is dat de mens structurerend waarneemt met inductieve en deductieve methodes.
Een onderzoeksdomein van de epistemologie houdt zich bezig met het onderzoeken en ontwikkelen van de systemen die de mens gebruikt om zijn kennis in te verzamelen en te orderen. Daarbij wordt getracht systemen te ontwikkelen die zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met de werking van de menselijke hersenen. In de eerste plaats denkt men hier aan een taxonomie en de algoritmes om deze te bevragen.
Naar de inzichten van de renaissance bestond het kennis- en opvoedingsmodel sedert de klassieke oudheid uit het trivium en het quadrivium, respectievelijk de grammatica, retorica en dialectica enerzijds en de astronomie, geometrie, mathematiek en muziek anderzijds.
De Engelse filosoof Francis Bacon stelde bij het begin van de zeventiende eeuw een indeling van de wetenschappen voor waarbij iedere wetenschap uiteindelijk zou geclassificeerd kunnen worden onder een van drie algemene hoofdwetenschappen; nl. geschiedenis, poëzie en filosofie. Ieder van deze hoofdtakken vindt zijn oorsprong in een van de drie faciliteiten van de menselijke geest, nl. het geheugen, de verbeelding en de rede.
Wanneer we de geschiedenis van het denken van de afgelopen eeuwen beschouwen is de eerste poging om te komen tot een alomvattende en systematische ordening van de menselijke kennis die in het oog springt wel deze van de franse Encyclopédisten uit de achttiende eeuw met figuren zoals Voltaire, Montesquieu, Rousseau, Helvetius, Holbach, Condorcet, Quesnay en Turgot die onder de redactionele leiding van Diderot en d'Alembert samenwerkten aan de totstandkoming van de eerste moderne Encyclopedie, die als ondertitel meekreeg "Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers" en waaruit blijkt dat het geheel der menselijke kennis op empirische gronden berust en kan worden ingedeeld in één van drie grote kennisdomeinen; nl. wetenschappen, kunsten of ambachten en verder alfabetisch kan worden geordend.
De Duitse filosoof en academisch pedagoog Christian von Wolff (1679-1754) had reeds eerder op teleologische gronden en aansluitend bij Leibniz' indeling van de waarheden in redelijk-noodzakelijke en feitelijke een opzet van de kennistheorie in vier onderdelen gegeven, nl.: rationeel-theoretisch, rationeel-praktisch, empirisch-theoretisch en empirisch-praktisch.
In de loop van de 19de eeuw zal de franse filosoof en socioloog Auguste Comte de ingrijpende veranderingen van de politieke en industriële revolutie tot een nieuwe synthese weten te brengen in het zgn. wetenschappelijk positivisme welke het oude godsdienstige wereldbeeld kon vervangen. Het positivisme gaat ervan uit dat alle kennis slechts op empirische gronden, d.i. door waarneming en ervaring kan worden bekomen. Ethica en recht worden voortaan bestudeerd als sociologische of antropologische fenomenen. Gekend is het werk "Systeem van de Positieve Filosofie" van Auguste Comte. Daarin geeft hij een indeling van de wetenschappen volgens een natuurlijke indeling van de gebieden der verschijnselen of fenomenen. Alle fenomenen kunnen onder een betrekkelijk klein aantal grondbegrippen worden gebracht. De rangorde der klassen wordt bepaald door de graad van enkelvoudigheid of algemeenheid. Er is een bepaalde rangorde van wetenschappen; opklimmend van de wiskunde via de sterrenkunde, natuurkunde naar de biologie wordt het object steeds ingewikkelder en worden de resultaten van het onderzoek steeds minder algemeen geldig. Comte geeft de volgende indeling:
  • Wiskunde
  • Anorganisch:
    • Astronomie
    • Fysica en Chemie
  • Organisch:
    • Biologie
    • Sociologie
Alle humane wetenschappen worden onder de noemer sociologie gebracht en de godsdienst wordt een "religion de l'humanité".
De decimale classificatie van rubrieken en onderwerpen ontworpen door Melvil Dewey in 1873 met het oog op het catalogiseren en plaatsen van boeken in een bibliotheek was zeker geïnspireerd aan het wetenschappelijk positivisme en kent volgende indeling:
  • 0 Algemene Naslagwerken
  • 1 Filosofie
  • 2 Godsdienst
  • 3 Sociale Wetenschappen
  • 4 Psychologie-Pedagogie
  • 5 Exacte Wetenschappen
  • 6 Toegepaste Wetenschappen
  • 7 Kunst- en Cultuurgeschiedenis
  • 8 Taalkunde en Literatuur
  • 9 Aardrijkskunde-Geschiedenis
In deze indelingen treffen we een gradiënt aan van een geleidelijk verloop van de pool abstractie naar de pool concretie.
Er valt ook nog wat te zeggen voor de indeling van kennisgebieden op louter sociologische of antropologische gronden in de zin van inwijdingskringen van groepen van mensen en de kennis die ze delen. Dit criteria kan zowel voor natuurvolkeren als voor cultuurvolkeren in een technologisch stadium aangewend worden. Hierbij wordt vastgesteld op welke niche of voedingsbodem een populatie zich heeft gehecht en de kennis van welk produktieproces die populatie hanteert. Dit soort van indeling vinden we bvb. terug in de indeling van beroepsgroepen in de arbeidsmarkt zoals die hetzij psychologisch hetzij economisch wordt gehanteerd. In het economisch taalgebruik spraak men dienaangaande voorheen ook wel van branche of rayon. Ter illustratie zij verwezen naar de economische indeling in paritaire comités of de functionele indeling van een internetdirectory als Yahoo.
In de loop van de twintigste eeuw verschuift de aandacht voor de kennis- en waarnemingstheorie van het domein van de filosofie naar dat van de psychologie, fysiologie en cybernetica en waarbij de menselijke geest wordt beschouwd als een feedbacksysteem van input en output, gestuurd door synapsen in het zenuwstelsel en afscheidingen van hormonen in diverse klieren.
Een primaire indeling van de hersengebieden, inzonder van de hersenschors of cortex, bestaat in het onderscheiden van een linker- en rechterdeel van de hersenen, waarbij de linkerhemisfeer verbaal-analytische functies vervult zoals logisch denken, taalkundige uitingen en mathematische berekeningen en de rechterhemisfeer globaal-intuïtieve functies zoals het herkennen van gezichten en patronen, ruimtelijk inzicht in samenhangen, gevoel voor ritme en esthetiek. Aan de basis zijn de twee hemisferen met elkaar verbonden door de hersenbalk, een dikke streng zenuwvezels, die hen toelaat in beide richtingen informatie uit te wisselen. De hypothalamus vormt, samen met de pijnappelklier en hypofyse, een onderdeel van de tussenhersenen.
Herkennen we hierin nog het hoger genoemde geleidelijk verloop tussen de abstraherende, synthetiserende functies van filosofie en religie naar de concretie van de rekenkundige, logische-wetenschappelijke en taalkundige uitingen, dan zal vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw en het aanbreken van het zgn. psychedelische tijdperk in de cultuurgeschiedenis het inzicht in de structuur en werking van de hersenen een belangrijke doorbraak kennen.
Een eerste doorbraak kwam er door het onderzoek naar de werking van psychotrope stoffen, inzonder van Albert Hofmann's LSD, waarvan de moleculaire structuur overeenkomsten vertoont met die van serotonine, de neurotransmitter die verantwoordelijk is voor de synapsen tussen de zenuwcellen die zorgen voor de overdracht van informatie binnen de hersenen en het zenuwstelsel.
De digitale revolutie zorgde voor een tweede doorbraak in het hersenonderzoek, die werd bereikt door het inzetten van de zgn. CT scan, waardoor de medische beeldvorming rond de structuur en de werking van de hersenen aanzienlijk vooruitging en verbeterde.
Thans beschouwt men het bewustzijn als een miniatuurmens of homunculus die zich van zijn omgeving en zichzelf bewust wordt en er op kan reageren en zijn interpersoonlijke transacties kan regelen door gebruik te maken van zekere organen en kernen van verdichting in de hersenschors waarnaar men verwijst als keien of eilanden. Deze hebben elk hun functie en men onderscheidt zo o.a. het zichtcentrum, het psycho-sensorisch en psycho-motorisch centrum, het denkvermogen, het geheugen als reservoir van opgeslagen indrukken en emoties en dergelijke meer.
Binnen de psychedelische beweging was er tevens een tendens om de intuïtieve, synthetiserende, abstraherende activiteit van de rechterhemisfeer te bevoordelen en extra te activeren boven die van de linkerhelft. Daarbij diende men te gaan leren denken in analogiën, waarbij de menselijk kennis en ervaring niet langer ingedeeld diende te worden in strikte logische categoriën, maar wel gerelateerd aan dieptepsychologische archetypes zoals bvb. de zeven planetaire sferen of de zeven boeddhistische lichamen.
De neuronen, de talrijke verbindingen die zij onderling maken en de verdichtingen die zo ontstaan vertonen overwegend een blijvend karakter. De houdbaarheidsdatum van een bladwijzer of webkoppeling naar informatie op het internet daarentegen lijkt te belopen op zes maanden tot vijf jaar, maar het valt te verhopen dat voor zekere monikers een langere tijdspanne inzake levensduur gewaarborgd blijft. Alleszins kan de analogie en vergelijking van het internet met een wolk eerder dan met een superbrein hierdoor aannemelijk worden. Net zoals een wolk onder welbepaalde meteorologische omstandigheden ontstaat, zich verdicht en weer tot oplossing komt, ontstaat er op het medium internet een wolk van informatie die inhoudelijk steeds verandert en vernieuwt. Zo heb ik de afgelopen jaren zelf kunnen vaststellen hoe bepaalde wereldschokkende gebeurtenissen zoals bvb. de Tsoenami, de overstroming van New Orleans of het schielijk overlijden van de popster Michael Jackson geleid hebben tot een verdichting van zowel trafiek (zoekopdrachten, pagina-opvragingen) als van content (aangeboden inhoudelijke bijdragen). Overigens beperkt die verdichting zich niet tot het medium internet, maar is deze ook merkbaar bij de andere media zoals die van de boeken, de dag- en weekbladen of de radio- en televisiebulletins en -documentaires. Denk bvb. aan het schielijk overlijden van de populaire royalty Lady Diana toen er nog geen internet voorhanden was.
----------------
Leven op Wolkjes,
door Eric Verdonck.
opgedragen in de nagedachtenis van Simon Vinkenoog
----------------
Now playing: John Lennon - Mind Games

Geen opmerkingen: